Stadsmonitor Amsterdam


dynamische kaarten van ruimtelijke concentraties


Inleiding

Het invulscherm
Kaartlaag
Gebiedsselectie
Extra
Zoom
Kaart van concentratiegebieden
Bewaren van kaart en legenda

Achtergrondinformatie

Inleiding

Stadsmonitor Amsterdam is een samenwerkingsproject van de Dienst Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam, afdeling Geografie en Planologie. De stadsmonitor is een nauwkeurig instrument om na te gaan hoe de stad er voor staat op diverse terreinen van sociale integratie en maatschappelijke participatie van de bevolking. Aan de basis van het systeem ligt een verzameling gegevensbestanden op het niveau van alle (circa 18.000) zespositie postcodes in de stad. Die informatie is gebruikt om zeer gedetailleerde kaartbeelden te maken van ruimtelijke concentratiegebieden van de participatiegegevens: plekken waar het kenmerk opvallend sterk aanwezig is in de stad. Deze kaartbeelden vormen het archief van basiskaarten van Stadsmonitor Amsterdam. Gebruikers van het systeem kunnen dit archief via het Internet/Intranet bevragen en er zelf nieuwe kaarten uit samenstellen, die afgestemd zijn op hun eigen gebruiksdoel.

In verband met de privacygevoeligheid van de informatie worden de allerkleinste concentratiegebiedjes niet zichtbaar gemaakt. Voor de vrij toegankelijke versie van de stadsmonitor op het Intranet van de gemeente Amsterdam geldt op dit moment een minimum van 100 eenheden per concentratiegebiedje. Om kleinere concentratiegebiedjes te kunnen zien, of om toegang te krijgen tot de Internetversie, is een toegang met usernaam/paswoord combinatie nodig. Inlichtingen hierover worden verstrekt door de Dienst Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam, drs. H. de Waal, tel. 020-5279472.

Onderzoek en ontwikkeling van Stadsmonitor Amsterdam:
Universiteit van Amsterdam, afdeling Geografie en Planologie; dr. M.C. Deurloo (mc1), m.m.v. drs. E.M. Veldhuizen.
Internettechnologie: M.C. Deurloo (mc2).

Achtergrondinformatie

Stadsmonitor Amsterdam bevat honderden kaartlagen. De ruimtelijke eenheid van elke kaartlaag in het systeem is het concentratiegebied. Een concentratiegebied is de ruimtelijke neerslag van een relevante samenvoeging van één of meer bij elkaar in de buurt liggende zespositie-postcodes. Wat relevant is hangt af van de omstandigheden; dat betekent dat voor elke basiskaartlaag van het archief nieuwe ruimtelijke eenheden zijn gemaakt.

De concentratiegebieden van een kaartlaag zijn in een proces van drie stappen gemaakt, als volgt.

stap a) de ruimtelijke voorstelling van een postcode
Amsterdam heeft (in het jaar 2001) ongeveer 18000 zespositie postcodes. Het convexe omhulsel (dat is de vorm van het samenbindende elastiekje) van de coördinaten van alle adressen van een postcode is gebruikt om een ruimtelijke voorstelling van een postcodegebiedje te maken.

stap b) de selectie van relevante postcodes
Neem als voorbeeld Marokkanen op 1-1-2000. Het aandeel van deze bevolkingsgroep in heel Amsterdam bedroeg toen 7,53% van de totale bevolking. Als nu in een postcodegebiedje het aandeel Marokkanen op de betreffende datum 15,59% of meer bedroeg werd het postcodegebiedje, geselecteerd, anders niet. De redenering achter de norm van 15,59% als ondergrens in het voorbeeld is als volgt.
Het percentage Marokkanen op 1-1-2000 in heel Amsterdam bedroeg 7,53%. Tel bij dat percentage twee (binomiale) standaarddeviaties op (7,53% + 2 x 4,03%), dan zit je op een niveau dat flink meer is dan het gemiddelde aandeel in de stad.

stap c) het samenvoegen van postcodes tot aggregaatgebieden
Elk geselecteerd postcodegebiedje is vervolgens ruimtelijk wat uitgebreid door er omheen een bufferzone van 25 meter af te bakenen. Als de totale dichtheid van het verschijnsel in zo'n buffer-postcodegebiedje erg laag is (minder dan 20 eenheden per hectare) werd het gebiedje alsnog uit de selectie verwijderd. Tenslotte werden alle buffergebiedjes die elkaar overlappen samengevoegd tot één aggregaatgebied. Daarbij zijn tevens – en dat is essentieel voor de toepassingsmogelijkheden die Stadsmonitor Amsterdam biedt - de inhoudelijke gegevens die bij de afzonderlijke postcodes behoren, herberekend voor de nieuwe aggregaatgebieden.

Merk op dat het in Stadsmonitor Amsterdam dus niet gaat om iedereen van een bepaalde bevolkingsgroep of van een bepaalde eenheid, maar alleen over personen of eenheden die tot een concentratie behoren! Men kan dus nooit de conclusie trekken dat buiten een concentratiegebied het verschijnsel afwezig is!

Opmerking 1:
voor sommige verschijnselen die qua omvang veel kleiner zijn dan het inwoneraantal is de norm voor relevantie op één standaarddeviatie boven het stadspercentage gelegd, in plaats van op twee standaarddeviaties.

Opmerking 2:
het aandeel van het onderhavige verschijnsel in een concentratiegebied kan uiteindelijk onder de gestelde ondergrens liggen. Dat komt voor als er postcodes zijn die niet aan de minimumeis voldoen, maar wel een overlap hebben met het concentratiegebied.


Literatuur:
M.C. Deurloo, Kartografische overwegingen bij de Stadsmonitor Amsterdam.
In: Kartografisch Tijdschrift XXVIII-I (2002), pag. 23-31.

Het invulscherm

Het invulscherm bestaat uit vijf gedeelten:

(a) KAARTLAAG: het kiezen van een basiskaartlaag uit het kaartlagenarchief,
(b) GEBIEDSSELECTIE: het selecteren van concentratiegebieden uit de basiskaartlaag,
(c) EXTRA: het eventueel toevoegen van extra informatie aan de kaart, zoals wijk- of buurtgrenzen,
(d) ZOOM: het eventueel inzoomen op een gedeelte van de kaart, en
(e) KAART VAN CONCENTRATIEGEBIEDEN: het daadwerkelijk opvragen van de kaart.

Kaartlaag  Stadsmonitor Amsterdam bevat een archief van honderden verschillende kaartbeelden met concentratiegebieden. Dit zijn de basiskaartlagen. Door met de rolmenu's achtereenvolgens 1) Thema, 2) Jaar, 3) Groep en 4) Basis in te stellen kiest men één van die basiskaartlagen om mee te werken.

Uitleg van de gebruikte begrippen krijgt men door op Thema te klikken.


Extra  Met de optie vorige kaart kunnen de concentratiegebieden van de vorige kaart onder die van de huidige kaart worden afgebeeld. De concentratiegebieden van de huidige kaart worden dan transparant weergegeven.
De optie plattegrond plaatst de stadsplattegrond onder de kaart.
Er kunnen extra kaartelementen aan de kaart worden toegevoegd, zoals administratieve grenzen (stadsdelen, buurtcombinaties, buurten), of de kaart van het bewoonde gebied. Gebruik de Ctrl-toets om er meerdere uit de lijst te kiezen.


Gebiedsselectie  Het belangrijkste doel van de monitor is om op een eenvoudige manier relevante ruimtelijke concentraties van verschijnselen in de stad in kaart te brengen. Wat relevant is beslist de gebruiker zelf door uit een basiskaartlaag – die ook minuscule concentratiegebiedjes bevat, niet de moeite waard om in het benodigde kaartbeeld op te nemen – een zinvolle selectie te maken. Men kan bijvoorbeeld uit de basiskaartlaag etniciteit - datum: 1-1-2002 - groep: Marokkanen - basis: inwoners van 25-54 jaar, alleen die gebieden selecteren die minstens 125 (minimaal aantal) en minstens 20% (minimaal percentage) van deze groep bevatten.

Met de knoppen concentraties en sterke concentraties kan men de - vaak moeilijke - keuze van minimaal aantal en minimaal percentage aan het programma overlaten. Er worden dan genormeerde waarden voor deze minima ingevuld.

Met Gelegen in kan men de selectie van concentratiegebieden desgewenst inperken tot een deelgebied van de gemeente (een stadsdeel of een buurtcombinatie).


Zoom  Door middel van de radioknoppen kan worden ingezoomd op a) een stadsdeel, b) een buurtcombinatie of c) het geheel van de geselecteerde concentratiegebieden.


Kaart van concentratiegebieden  Door op de knop maak kaart te drukken wordt de kaart volgens de opgegeven specificaties gemaakt en op het scherm afgebeeld. Er wordt tevens een aantal samenvattende kenmerken van de kaart berekend en, onder het kopje Legenda, naast de kaart vermeld.


Bewaren van kaart en legenda  Naast het woord Legenda is een ikoontje van een floppy disk te zien. Door daarop te klikken kan de kaart met de legenda bewaard worden in een rtf-bestand. Rtf-bestanden kunnen met de meeste tekstverwerkers (o.a. Word) direct geopend en verder bewerkt worden.