Universiteit van Amsterdam
Afdeling Geografie en Planologie

Herman van der Wusten (email: H. van der Wusten)
Rinus Deurloo (email: M.C. Deurloo)
Sjoerd de Vos (email: S. de Vos)
INDISCHE BUURTEN IN NEDERLANDSE STEDEN


INDISCHE BUURTEN IN NEDERLANDSE STEDEN

Deze website geeft informatie over een lopend onderzoek naar Indische buurten in Nederlandse steden. Het onderzoek is in 2002 begonnen en wordt uitgevoerd door Herman van der Wusten, Rinus Deurloo en Sjoerd de Vos.

1. AANLEIDING

De bevoegdheid tot naamgeving is in de gemeentewet van 1851 voor het eerst toegekend aan de gemeenten. De thematische naamgeving van straten en pleinen in wijken en buurten is een laat-negentiende eeuwse uitvinding. Zij hangt vermoedelijk samen met de schoksgewijze grootscheepse uitbreidingen die vanaf toen plaats vonden, en de behoefte om daarbij in het adres een aanduiding van de omgeving te bewaren. Voordien werden veelal traditionele lokale aanduidingen gebruikt of verwijzingen naar lokale activiteiten (botermarkt etc.). Toch is ook al eerder van thematische benamingen gebruik gemaakt (zie de Amsterdamse grachten). De verleiding om letters en cijfers te gebruiken, kwam vermoedelijk niet op bij afwezigheid van volgehouden grids en de al bestaande stadsgedeelten met namen.

De naamgeving werd vastgesteld door de gemeenteraden op voorstel van plaatsnamencommissies waarin archivarissen een prominente positie hadden. De Amsterdamse plaatsnamencommissie speelde aanvankelijk een voortrekkersrol, vermoedelijk ook al omdat de stad zich in die tijd het meest massaal uitbreidde. Plaatsnamencommissies hadden ook onderling contact zodat men aan diffusie-effecten kan denken. Gezien de samenstelling van de commissies ligt het voor de hand dat vaderlandse thema's nogal eens voorkwamen (b.v. schilders, staatslieden).

Den Haag Archipelbuurt Javastraat 1890 Onze interesse is in dit artikel in het bijzonder gericht op buurten waarin naamgevingen ontleend werden aan de Oost-Indische kolonie. Zij worden vaak aangeduid als 'Indische buurten', maar ook het woord 'Archipelbuurt' is er wel voor gebruikt. In de eerste jaren was dit bv de naam voor de huidige Indische buurt in Amsterdam. De oudere Indische buurt in Den Haag heet nog steeds zo. Het gaat hier in de regel om aanduidingen van eilanden (Java, Sumatra), regionale aanduidingen of benamingen van de kolonie als geheel (Soenda, Insulinde), plaatsnamen (Batavia, Soerabaja).

In welke opzichten en waarom is dit interessant? In de periode van het moderne imperialisme werd de kolonie steeds meer gezien als een vitale ondersteuning van de Nederlandse samenleving en steeds grotere groepen raakten direct of indirect bij de kolonie betrokken. De koloniale missie werd ook herhaaldelijk in verband gebracht met de door nationale elites beoogde opleving van patriottisme en nationale gezindheid tegenover de internationale bedreigingen en de vrees voor interne verdeeldheid (antithese en de scheiding tussen protestanten en katholieken). De straatnaamgeving is vermoedelijk tegen deze achtergrond te bezien. Zij drukt dan de vertrouwdheid met de kolonie uit of de wens om het Nederlandse publiek te doordringen van belang en mentale nabijheid van de kolonie door deze vorm van representatie. Het is in deze zienswijze een voorbeeld van wat nu wel als 'banaal nationalisme' wordt aangeduid.

De in dit verband aan te roeren vragen zijn:
- in welke gemeenten en wanneer werden Indische buurten in het leven geroepen? Is er iets te achterhalen van de motieven die daarbij een rol speelden?
- Wat was de positie van de Indische buurten binnen de betreffende gemeenten naar omvang en positie in de segmentering?
- Welke selectie van namen werd gemaakt voor de buurt en zijn onderdelen en is er systematiek te herkennen in de toedeling van namen?

2. DE OPKOMST DER BUURTEN

Waar zijn de Indische buurten? Vermoedelijk zijn ze met name te vinden waar in de periode 1890-1914 flink gebouwd werd en er bovendien een speciale band met Indie was vanwege repatrianten ( de buurten van de Eline Veres en haar kinderen en kleinkinderen) , gevestigde instellingen (handelsmaatschappijen, militaire garnizoenen, zending/missie), een plaatselijk overheersende politieke richting waar de koloniale band speciaal gekoesterd werd (na 1901 de ARP??), speciale banden met de uitvinders van de Indische buurtnaam met het oog op innovatie-diffusie.

Om een beginnetje te hebben zochten we in straatnamenlijsten op het voorkomen van straatnamen met java, sumatra, borneo, celebes, bali, timor, ambon, ceram, atjeh, molukken, insulinde.
Dit leverde 309 treffers op in 57 gemeenten. Klik hier voor de gedetailleerde lijst.
Het lijkt erop dat in het bijzonder de provinciale hoofdsteden rijk bedeeld zijn met Indische buurten (alleen Middelburg ontbreekt). Heeft dat te maken met hun groeipatroon, met hun rol als bestuurlijk centrum?
Overigens blijkt bij de eerst nagezochte lokale case Heemstede, dat de naamgeving vermoedelijk direct was afgeleid van een lokale kwekerij op het terrein waarvan de wijk gebouwd werd. De kwekerij heette 'Insulinde' (wat weer de vraag naar de achtergrond daarvan oproept). De eerste straatnaamgeving dateert hier van 1923.

Om verder te komen is gebruik gemaakt van een routeplanner. Daarmee is te zien waar de gevonden straten in een plaats liggen en of er sprake is van een 'indische buurt'. Klik hier voor een voorbeeld (Apeldoorn).

Met de plattegrondjes van de routeplanner kunnen de indische buurten nu vrij nauwkeurig worden afgegrensd. Bovendien kunnen die plattegrondjes worden gebruikt om na te gaan welke andere straatnamen in die buurten voorkomen. Op deze manier kon een lijst worden opgesteld van in totaal 350 straatnamen, waarvan vermoedelijk 176 indisch. Klik hier voor de frequentieverdeling van deze lijst.

Als gemeenten met minder dan drie indische straatnamen buiten beschouwing worden gelaten resteren 42 steden met een 'indische buurt'. Klik hier voor hun ligging op de kaart van Nederland.

3. BUURTPROFIELEN
Wat was de lokale positie van de Indische buurten? Daar is nog niets van bekend, behalve de verrichte omvangsmetingen. Het lijkt van belang bij de interpretatie goed te letten op de vergelijkingsbasis. Behalve de gehele toenmalige stad zou dat toch ook de totale uitbreiding in de betreffende periode moeten zijn. Het gevaar van hineininterpretieren vanaf de huidige positie moet vooral vermeden worden. Een ander punt dat hier van belang is, betreft de fasering. In het zoeven gemelde geval Heemstede werden 8 van de 13 straten benoemd bij raadsbesluit van juni 1923. Maar daarna werden nog 3 namen gegeven in april 1926, 1 in november 1934 en 1 in december 1983. Uit de geschiedenis van de Amsterdamse Indische buurt blijkt dat het eerste noordwestelijke deel met als centrale elementen de Borneostraat en het Javaplein in 1900 werd benoemd en het latere deel pas tussen 1918 en 1923.

4. DE KAART VAN DE BUURT
Welke namen werden geselecteerd en waaraan werden ze toegekend? Van belang is hier de vraag of de Nederlandse 'geopolitiek' ten aanzien van Indie in de plattegrond van de wijken terugkeert. Men kan hierbij met name aan de veranderingen in de verhouding Java/buitengewesten denken in deze periode, maar ook aan de verschillende invalshoeken (economische, godsdienstig-culturele) die in de perceptie van Indie een rol speelden.
Curieus is de bespreking van de 8 namen in de Heemsteedse gemeenteraad: "De heer de Boer vindt, dat de naam Lombokstraat verbazend lelijk klinkt en hij heeft verschillende (mensen) gehoord, die die naam ook lelijk vonden. Hij heeft veel op tuinen gewerkt en als deze gelegen waren in een uithoek of wanneer er niet zoveel op groeide, dan noemde men deze Lombok. De voorzitter zegt dat het te hopen is, dat in deze straat ook weinig groeien zal. Vervolgens kan de Raad zich zonder hoofdelijke stemming met het ontwerp-besluit verenigen."

5. CONCLUSIE
Wat hebben Indische buurten nagelaten?
In ieder geval helpen zij de historische band met Indonesie van deze kant intact te laten. Van Doorn die met zijn Indische lessen de koloniale ervaring tot mogelijk nuttig uitgangspunt voor handelen in Nederland heeft gemaakt, beschrijft hoe hij, terug in Indonesie in 1973 ziet hoe alle verwijzingen naar Nederland via de namen uit het stadsbeeld verdwenen zijn. Daarna zegt hij: "Twee jaar later vestigde ik mij in de Haagse Archipelbuurt, en zoals de naam suggereert was ik ineens door het oude Indie omringd, door statige woonhuizen, gebouwd in het laatste decennium van de negentiende eeuw en destijds veelvuldig bewoond door verlofgangers uit de Oost en gepensioneerde Indisch-gasten. Na hun verdwijnen bleven de namen intact: Javastraat, Sumatrastraat, Balistraat, Billitonstraat, Riouwstraat, en vele andere, en zowaar een plein, het Bankaplein. Couperus woonde er, zijn bekendste romans zijn er gesitueerd en zijn standbeeld houdt de herinnering levend" (p.13).
Den Haag Bankaplein

© UvA: Herman van der Wusten, Rinus Deurloo, Sjoerd de Vos.

LITERATUUR

Buitenhuis, H. 1972) Moderne straatnaamgeving. Tijdschrift voor Naamkunde 88-101.
Doorn, J.A.A. van (1995) Indische Lessen. Nederland en de koloniale ervaring. Bert Bakker Amsterdam.
Gemeenteraadsnotulen Heemstede 21.6.1923, p.84 besluit 52 straatnamen Insulinde (verkoop grond Insulinde op 22.2.1923, overeenkomst over doorgaande weg 19.4.1923) Janson, A.M.Ch.M. (1972) De Archipelbuurt. Geschiedenis van een Haagse woonwijk....
Krol, H. 7 artikelen in de Heemsteder plus artikel over bouw Indische buurt in VOHB bulletin april 2000.
Moll, W. (1953) De moderne praktijk van de straatnaamgeving, In: Bijdragen en mededelingen naamkunde cie KNAW deel V, 37-50.
Slechte, C.H. (1977) Een naam voor onze straten. Jaarboek Die Haeghe, 185-203.
Smit (H. en vele anderen(1985) De straat waarin wij wonen. Geschiedenis en verklaring van straatnamen in Heemstede. Kruseman den Haag (deel 8 in een serie waarin ook Haarlem voorkomt).
Spijker, P. (1986) De Indische buurt. Geschiedenis van een Amsterdamse wijk. Uitgave in eigen beheer.
Waasdorp, C.J.H. (1958) Literatuurrapport betreffende de techniek van straatnaamgeving.
Zaalberg, C.A. (1964/5) Straatnaamgeving, in: Jaarboek van de Mij voor Letterkunde, 3-10.